De Raad van State adviseerde vorig jaar om verwarmings- en koelingsinstallaties uit te zonderen van de nieuwe renovatieregeling. Dit betekende dat er voor verwarmings- en koelingsinstallaties geen verplichting was om hernieuwbare energie op te wekken bij een ingrijpende renovatie. Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening Hugo de Jonge heeft echter besloten dit advies terzijde te schuiven. Dit betekent dat de renovatie blijft als natuurlijk moment om de woning verder aardgasvrij te maken met een (hybride) warmtepomp.
De verplichting van een minimale hoeveelheid hernieuwbare energie komt voort vanuit de Renewable Energy Directive II (RED II), een initiatief van de Europese Commissie. Europese woningen en gebouwen mogen in 2030 namelijk niet langer energielabel G hebben en per 2033 zal ook energielabel F verdwijnen.
Uiteindelijk moeten alle Europese gebouwen uiterlijk in 2050 energielabel A hebben. De Europese Commissie heeft bekend gemaakt hier 200 miljard euro ter ondersteuning voor uit te trekken. Negen procent van de woningen in Nederland heeft een energielabel F of G.
Sinds 1 februari geldt dat wanneer iemand 25 procent of meer van de oppervlakte van de gebouwschil wil renoveren, is diegene nu verplicht een x-aantal kilowattuur aan hernieuwbare energie per meter oppervlakte per jaar op te gaan wekken, die zich ook weer binnen tien jaar terugverdienen. Tenzij niet minimaal een derde van de afgiftelichamen aangepast wordt, de laatste schakels in de warmte- en koudesystemen, zoals airco’s, vloerverwarming en radiatoren.
De gemeente toetst het percentage op basis van de bouwvergunning en op basis van een rekentool wordt er een minimale hoeveelheid hernieuwbare energie uit zonnewarmte gevraagd. De energieopbrengst uit zonnewarmte wordt hier als rekentool gebruikt om de minimale hoeveelheid te bepalen.
“Een ingrijpende renovatie van een gebouw vindt mogelijk slechts één keer in de 30 jaar plaats. Over 30 jaar, ruim na 2050, dient de gebouwde omgeving in Nederland klimaatneutraal te zijn”, zo schreef toenmalig minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Kajsa Ollongren eind vorig jaar aan de Tweede Kamer.
“Klimaatneutraliteit in 2050 is een afspraak samen met andere lidstaten die door het kabinet wordt omarmd. Voor de gebouwde omgeving geldt dat een ingrijpende renovatie van een gebouw hét moment bij uitstek is om slimme keuzes te maken ten aanzien van de energievoorziening.”
De gebouwschil kan bestaan uit gevels (inclusief ramen en deuren), daken en vloeren. Een gevelaanpassing zal al snel over de 25 procent heengaan. Bij twijfels over de praktische en financiële haalbaarheid wordt er gekeken naar een plan op maat. Het vermoeden bestaat daarom dat dit besluit tot een toename zal leiden van hernieuwbare energie in de gebouwde omgeving.
Na het eerdere besluit dat nieuwbouw niet langer op aardgas mocht worden aangesloten, is dit het volgende besluit om heel Nederland richting een aardgasvrije toekomst te bewegen. De Afdeling advisering van de Raad van State adviseerde Ollongren desondanks om deze regeling niet te laten gelden voor de vernieuwing van de verwarmings- of koelingsinstallaties.
Zij schreef te “bezien op welke wijze aan dit advies uitvoering wordt gegeven”. Daarna trad Rutte IV echter aan en kwam dit dossier op het bord van minister De Jonge. Deze ging onlangs in op verschillende vragen van Peter de Groot, Kamerlid namens de VVD, over de renovatieregeling.
De Jonge schrijft in zijn beantwoording dat verwarmings- en koelinstallaties niet worden uitgesloten van de regeling. Daarbij vermeld hij ook wat al eerder uit de brief van Ollongren bleek, namelijk dat dit per se betekent dat de verwarmings- of koelinstallatie in het gebouw dat ingrijpend gerenoveerd is, bij moet dragen aan een minimumwaarde hernieuwbare energie.
“Een gebouweigenaar kan namelijk ook via andere technieken voldoen aan de verplichting, bijvoorbeeld via het installeren van PV-panelen op het dak”, zo schrijft de minister. De eis geldt niet voor maatregelen die genomen moeten worden en die zich niet binnen tien jaar kunnen terugverdienen. Daarbij stelt De Jonge de regeling “haalbaar en uitvoerbaar” te vinden.
Ook liet de minister nog weten dat ontzorging en financiële ondersteuning van woningeigenaren wat hem “kernelementen” zijn in de aanpak voor de verduurzaming van woningen. “Zeker in deze vroege fase van de energietransitie.” In mei zullen deze elementen gepresenteerd worden in het programma verduurzaming gebouwde omgeving.
Bron: Warmte365