Rond sociale veiligheid en de rol van de vertrouwenspersoon speelden er in juni 2026 twee ontwikkelingen die er voor jou toe doen. De LVV en het Huis voor Klokkenluiders publiceerden een gezamenlijk visiedocument over de begeleiding van de beschuldigde, en het kabinet maakte bekend dat er géén wettelijk verplichte gedragscode tegen ongewenst gedrag komt. We zetten beide op een rij.
Op 8 juni 2026 publiceerden de Landelijke Vereniging van Vertrouwenspersonen (LVV) en het Huis voor Klokkenluiders het gezamenlijke visiedocument Begeleiding Beschuldigde. Het is hun derde gezamenlijke publicatie, na De vertrouwenspersoon in de meldprocedure en Vertrouwelijk, tenzij.
De centrale vraag: kan de vertrouwenspersoon niet alleen de melder, maar ook de beschuldigde (de vermeende pleger) begeleiden? Het antwoord is genuanceerd:
Kortom: de vertrouwenspersoon is er ook voor de beschuldigde — mits de rol helder en zuiver blijft.
In diezelfde periode werd duidelijk dat er géén wettelijke verplichting komt voor werkgevers om een gedragscode tegen ongewenst gedrag op te stellen. Minister Aartsen maakte dit bekend in de voortgangsbrief Gezond en veilig werken (8 juni 2026). Het eerdere plan, onderdeel van het Nationaal Actieprogramma aanpak seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld, gaat daarmee van tafel.
De redenen:
Belangrijk: de verplichting verdwijnt, de verantwoordelijkheid niet. De Arbowet blijft werkgevers verplichten om beleid te voeren tegen psychosociale arbeidsbelasting (PSA) en een sociaal veilige werkomgeving te bieden. Het kabinet kiest voor een sectoraanpak en publiekscampagnes in plaats van algemene wetgeving. En een gedragscode blijft ook zonder verplichting een waardevol instrument: het maakt afspraken over gewenst en ongewenst gedrag expliciet en geeft de vertrouwenspersoon houvast in gesprekken en advies. Let op: dit besluit staat los van het aparte wetsvoorstel voor een verplichte vertrouwenspersoon, dat nog bij de Eerste Kamer ligt.
Voor veiligheidskundigen, HR-professionals en vertrouwenspersonen verschuift het gesprek van "moet het van de wet" naar "wat past bij onze organisatie". De vertrouwenspersoon krijgt een bredere, zorgvuldiger omschreven rol, en sociale veiligheid blijft een taak van de werkgever, met of zonder wettelijke verplichting. Juist daar ligt de meerwaarde van goed opgeleide professionals die weten hoe je rolzuiver handelt, doorverwijst en beleid levend houdt.