Een alleenwerker loopt, in het algemeen, hetzelfde (ongevallen)risico als een werknemer die zijn werk in het bijzijn van andere mensen uitvoert. Maar wie alleen werkt, kan niet terugvallen op collega’s bij gevaar of een ongeval, waardoor zijn risico groter wordt. Omdat een alleenwerker niet meer risico hoort te lopen dan andere werknemers, zijn mogelijk extra beheersmaatregelen nodig om de risico’s onder normale omstandigheden en bij te voorziene noodsituaties, zoals brand, storing in de apparatuur, ziekte of een ongeval te beheersen.
Er is sprake van alleenwerken als iemand buiten het gezichtsveld of de gehoorafstand van anderen werkzaamheden verricht.
Alleenwerk komt in veel verschillende situaties voor. Het gaat om beroepen die min of meer continu in een zeker isolement worden uitgevoerd of situaties waarbij geen direct contact met anderen mogelijk is.
Voorbeelden van alleenwerkers:
Voorbeelden van risicovol alleenwerk:
Bijzondere arbeidsomstandigheden
Wanneer andere collega’s afwezig zijn of op een te grote afstand werken, is er sprake van bijzondere arbeidsomstandigheden.
Noodsituaties
Als er een ongeval plaatsvindt of als er brand ontstaat, kan de alleenwerker in een noodsituatie terecht komen, waarbij niet altijd even snel collegiale of professionele hulp ter plaatse is.
Beleving
Een ander aspect van alleenwerk is de beleving van de alleenwerker. Het slaan van een deur bijvoorbeeld wordt, als er meer mensen zijn, ervaren als het gevolg van tocht, terwijl iemand die ’s avonds alleen werkt kan denken dat er iemand is binnengekomen.
In een aantal gevallen geldt volgens de Arbowet een verbod op alleenwerk. Dit is het geval bij:
Bij deze werkzaamheden moet een tweede persoon aanwezig zijn. De belangrijkste taken van deze tweede persoon zijn het houden van toezicht en het organiseren van hulp als er tijdens de werkzaamheden iets fout gaat.
In alle andere gevallen is alleenwerken toegestaan. Uiteraard blijft de werkgever verantwoordelijk voor een veilige en gezonde werkplek voor medewerkers op eenpersoonsposten. De Arbowet is volledig van toepassing op alleenwerkers. In de Risico-Inventarisatie en –Evaluatie (RI&E) en in het arbobeleid moet de werkgever nadrukkelijk aandacht aan deze groep werknemers besteden. De werkgever moet in kaart brengen wie alleenwerken, waar en wanneer. Ook moet de werkgever vaststellen wat er nodig is aan maatregelen en voorzieningen om de risico’s van alleenwerken te beperken.
Verplichtingen werkgever
Bij alleenwerk moet de werkgever vooraf de volgende zaken regelen:
1. Bekijken of alleenwerk kan worden vermeden
Als het vermijden van alleenwerk niet mogelijk is, dan dient de werkgever doeltreffende maatregelen te nemen om een zo veilig mogelijke werksituatie te scheppen. Daarvoor worden eerst de risico’s in kaart gebracht.
2. Welke risico's zijn er bij het uitvoeren van het werk?
Denk hierbij aan:
3. Tref maatregelen om het alleenwerk veiliger te maken
Het gaat hierbij om beschermende maatregelen, maat-regelen om incidenten zoveel mogelijk te voorkomen en om voorzieningen waarbij direct en adequaat hulpverlenend kan worden ingegrepen door een of meer derde(n), zoals de leidinggevende of een bedrijfshulpverlener.
Voorbeelden van extra maatregelen om verantwoord alleen te kunnen werken zijn:
Het is aan te raden een handleiding te maken waarin staat wat te doen in verschillende noodsituaties. Dat geeft houvast en voorkomt paniek in crisissituaties.
4. Procedure voor alleenwerk
Spreek een procedure voor alleenwerk af om verantwoord alleen te kunnen werken. Over deze procedure dient overeenstemming te worden bereikt met de Ondernemingsraad, Personeelsvertegenwoordiging of de belanghebbende medewerkers.
Voorbeeldprocedure alleenwerk
5. Voorlichting en onderricht alleenwerker
Omdat er weinig toezicht en ondersteuning is bij alleenwerk zijn voorlichting en onderricht erg belangrijk. Voorlichting kan paniek voorkomen in ongebruikelijke situaties. De werkgever dient de werknemer voor te lichten over de risico’s die samenhangen met de werkzaamheden en de werkplek en over de maatregelen die zijn genomen om veilig te kunnen werken. Daarnaast moet de werkgever de werknemer vertellen hoe hij moet alarmeren in geval van een incident.
De werkgever moet aangeven wat wel en wat niet toegestaan is bij alleenwerken en tevens nagaan of de alleenwerker in staat is om te gaan met nieuwe en/of ongebruikelijke situaties. Bijvoorbeeld hoe om te gaan met agressie of wanneer het werk stil te leggen en advies te vragen bij een leidinggevende.
De alleenwerker moet ervaren zijn en begrijpen wat de risico’s en beheersmaatregelen zijn. Op zijn beurt werkt de alleenwerker volgens de procedure voor alleenwerk en de werkinstructies.
6. Toezicht houden
Constant toezicht hebben is niet mogelijk in geval van alleenwerk. Maar het ligt binnen de zorgplicht van de werkgever dat zijn werknemers gezond en veilig aan het werk zijn. Toezicht is een middel om vast te stellen of de werknemer de risico’s van het werk begrijpt en de noodzakelijke voorzorgsmaatregelen neemt.
Toezicht op veiligheid en gezondheid kan gecombineerd worden met controle van de voortgang en kwaliteit van het werk. Het kan uitgevoerd worden tijdens periodieke werkplekbezoeken. De mate van toezicht hangt af van de ervaring van de werknemer en de risico’s waaraan hij wordt blootgesteld. Gebaseerd op de risico-inventarisatie wordt de mate van toezicht vastgesteld: hoe hoger de risico’s, des te zwaarder het regiem van toezicht.