In een onderzoek van Het Financieele Dagblad komt naar voren dat sommige energieadviseurs huiseigenaren via slimme trucs helpen aan een gunstiger energielabel. Het gaat daarbij met name om gevallen waarin een label op het randje zit tussen twee categorieën. Adviseurs zetten dan nét dat extra stapje om het hogere label te behalen – vaak binnen de toegestane marges, maar niet altijd in lijn met de oorspronkelijke bedoeling van die marges. Deze zijn bedoeld om het werk praktisch uitvoerbaar te houden, niet om stelselmatig labels op te krikken.
De journalistieke reconstructie laat zien dat een lucratiever label kan leiden tot hogere woningprijzen en lagere rentetarieven, wat de verleiding vergroot voor zowel adviseurs als huiseigenaren. Tegelijkertijd ontstaat hierdoor een risico voor het draagvlak en de geloofwaardigheid van het energielabelstelsel.
Brancheverenigingen FedEC en AvEPA reageren genuanceerd, maar nemen afstand van malafide praktijken.
FedEC benadrukt dat het overgrote deel van de EP-adviseurs integer en vakkundig handelt. De organisatie vindt het belangrijk dat labels betrouwbaar én betaalbaar blijven, en werkt daarom actief mee aan het verbeteren van het stelsel. FedEC is betrokken bij commissies en overleggen en stelt zich open voor dialoog met media en politiek. Ze benadrukken dat marges niet bedoeld zijn voor strategische opwaardering van labels.
AvEPA deelt die zorg. De vereniging, die veel zelfstandige adviseurs vertegenwoordigt, stelt dat de beeldvorming wordt geschaad door de handelswijze van enkele partijen. AvEPA benadrukt dat hun achterban juist inzet op kwaliteit en integriteit, en dat men actief samenwerkt met andere betrokkenen aan een duurzaam en transparant energielabelstelsel. Zij ziet een positieve trend in de professionalisering van de sector.
Beide organisaties roepen op tot een eerlijk gebruik van de regels en willen samenwerken aan een stevig en geloofwaardig systeem dat bijdraagt aan de verduurzaming van de gebouwde omgeving.