Opzegverbod voor preventiemedewerkers niet onbeperkt: wat leert deze uitspraak ons?

Wanneer vervalt de extra ontslagbescherming?

De kantonrechter van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant boog zich in 2024 over een principiële vraag: blijft het opzegverbod voor een preventiemedewerker gelden als die medewerker al jaren volledig arbeidsongeschikt is en niet meer in functie werkzaam is?

Wat speelde er?

Een werknemer trad in 2018 in dienst bij het waterschap en werd benoemd tot preventiemedewerker. Aan die rol is, net als bij leden van de ondernemingsraad, een bijzondere ontslagbescherming gekoppeld. Die bescherming is bedoeld om de onafhankelijke positie van de preventiemedewerker te waarborgen. Hij of zij moet immers vrijuit kunnen adviseren over arbeidsomstandigheden en veiligheid, zonder vrees voor ontslag.

Een jaar later viel de medewerker uit wegens gezondheidsklachten. Terugkeer in de functie bleef uit. Uiteindelijk werd de werknemer door het UWV volledig en duurzaam arbeidsongeschikt geacht en ontving zij een WIA-uitkering.

Na een eerdere afgewezen aanvraag diende de werkgever opnieuw een verzoek tot ontslag in bij het UWV. Die tweede aanvraag werd toegewezen, waarna het dienstverband werd beëindigd.

De werknemer verzette zich tegen het ontslag en stelde dat zij als preventiemedewerker onder een opzegverbod viel. Volgens haar had het UWV nooit toestemming mogen geven, omdat deze beschermde status niet expliciet was meegenomen in de beoordeling.

De kantonrechter moest daarom antwoord geven op de kernvraag: was het opzegverbod op dat moment nog van toepassing?

Wat oordeelde de rechter?

De rechtbank keek niet alleen naar de formele aanwijzing als preventiemedewerker, maar vooral naar de feitelijke situatie:

  • De werknemer had haar werkzaamheden al geruime tijd niet meer uitgevoerd.
  • Er was geen concreet uitzicht op terugkeer in de functie.
  • De arbeidsongeschiktheid was structureel van aard.

Daarmee kwam de rechter tot een belangrijk juridisch onderscheid: Het opzegverbod beschermt de uitoefening van de functie en niet enkel de titel.

Met andere woorden: de extra ontslagbescherming is gekoppeld aan het daadwerkelijk vervullen van de rol. Wanneer iemand langdurig en duurzaam uitvalt en de functie feitelijk niet meer uitoefent, kan die bescherming haar werking verliezen. Het ontslag bleef daarom in stand.

Wat deze uitspraak vooral laat zien

Deze zaak onderstreept niet dat de positie van preventiemedewerkers zwakker is dan gedacht. Integendeel.

De kern van de wettelijke bescherming is het waarborgen van een actieve, onafhankelijke en inhoudelijk stevige rol binnen de organisatie. De bescherming is functioneel bedoeld en daarmee ook gekoppeld aan daadwerkelijke roluitoefening.

Voor organisaties betekent dit: zorg dat de preventierol niet alleen formeel is benoemd, maar ook zichtbaar, geborgd en professioneel ingevuld.

Voor preventiemedewerkers betekent het: investeer in kennis en duidelijke taakafbakening. Een goed ingerichte preventiefunctie is niet alleen juridisch sterker, maar ook inhoudelijk invloedrijker.

Hoe richt je de rol van een preventiemedewerker stevig in?

Wil je weten:

  • hoe je de preventierol juridisch én organisatorisch goed borgt?
  • welke verantwoordelijkheden en bevoegdheden helder vastgelegd moeten zijn?
  • hoe je als preventiemedewerker steviger in je adviesrol staat?

Dat leer je in onze tweedaagse cursus Preventiemedewerker.
Bekijk de training en schrijf je in

Wil je alles weten over de cursus en de inhoud in één overzicht?
Download hier de brochure Preventiemedewerker

Bron: Rechtspraak.nl ECLI:NL:RBZWB:2024:2664

Cursus Preventiemedewerker

Stel een vraag

Contact

Velden met een * zijn verplicht